dinsdag 9 oktober 2007

De weg terug, is verder dan gedacht .

Weer een dag, samen met haar, een heus feest.
Ik voel mij altijd zo welkom hier, toch op een of andere manier weer wel, ze merkt dat ik ergens mee zit.
"Koffie ?"... ik bedank, vandaag niet, nu niet, eigenlijk nooit meer, althans niet van haar.
"Wat is er ?", ze vraagt wat, ze laat een keer blijken, dat ik er ben en dat ik gevoel heb.
Een keerpunt, of een zeldzaam, misschien wel historisch moment.
"Of er iets is, vraagt ze me, ik kijk in haar ogen en het is net of ik daar licht zie, helder, flikkerend.
Zal het nu zo zijn, dat er een ommekeer plaats vindt of is dit een teken, dat het eind nabij is ?
Dat had ik ook niet gewild, hoewel alle ellende voor haar en zeker voor mij ten einde komt.

Ik merk aan je dat er iets is, zegt ze, maar niet geïrriteerd zoals gewoonlijk, maar op een menselijke, ongewone, bijna sprookjesachtige manier.
Ik krijg het benauwd, dit had ik nooit aan zien komen, laat staan verwacht.
Maar nu is zover, ze spreekt me aan, als mens, als een gelijke.
Ik zeg haar eerlijk, dat ik het niet fijn vind, al die keren, zitten, wachten, schuifelen, zuchten, afwachten, wat de reactie op het weer van vandaag is.

"Morgen wordt een mooie dag", wat ?, zei ze dat nou, ze kijkt vooruit in plaats van, te keer te gaan over wat geweest is.
Ik krijg een wrange smaak in mijn mond, wat nu...

Voordat ik me het ergste kan bedenken, staat ze op, opent de gordijnen.

De kamer licht op, zo lijkt wel, elke keer was het enigste licht, het flauwe licht van de antieke lamp in de hoek van de kamer.
Ik verwacht dat de kamer, ineens zonder aanleiding, veranderd in een vrolijk ingerichte ruimte, met veel kleur.
Het blijft uit, geen Twilight Zone moment, toch mijn hart maakt overuren en bevindt zich ergens in mijn keel, ademen wordt moeilijk, pijnlijk zelfs.

Zwetend, water loopt langs mijn voorhoofd naar beneden, waar ik zowaar een plas zie ontstaan, alles doet zeer, dit alles beangstigd me.
Die vrouw, nooit een goed woord of een lach.
Nooit haar stoel verlatend, mits dit niet noodzakelijk is, staat op en opent de gordijnen, dikker dan welk materiaal ook, want aan de hoeveelheid licht die de kamer bereikt, merk ik dat het wel een heel dikke stof geweest moet zijn.

Maar waar komt al dat licht vandaan, zo zonnig was het niet buiten en ik verwacht niet dat de zon aan het einde van de dag feller gaat branden, of dichterbij komt, zoals nu het geval lijkt te zijn, ik beeld het me niet in, het licht word feller.
En heter veel heter, de hel, de hel komt hierheen om te halen, wat haar toebedeeld is.
Ik draai door, al die dagen, weken, jaren hier, het eist zijn tol, maar ik voel de hitte, heter en heter, de het licht feller en feller.

Ademen, je moet ademen, anders ga je... ja hèhè alsof ik daar nu zelf enige zeggenschap in heb.
De hel ontstaat om me heen en ik moet rustig blijven, ademen, rustig blijven en doen alsof dit de normaalste dag in mijn leven is.
Nu dit is niet de normaalste dag, misschien wel mijn laatste, maar zelfs de zwaarste chemische toedieningen, kunnen zo`n bad trip niet veroorzaken.

Ik word wakker, er is geen licht, de temperatuur is weer vertrouwd kil en de sfeer is ronduit gezellig sfeerloos.

Ik kijk haar richting uit en kom tot de conclusie dat ik in slaap gesukkeld ben.

Of ik koffie wil...

Geen opmerkingen: